Prof. dr. Esther Consten

Hoogleraar Robot en Computer geassisteerde Chirurgie

Operatiekamer van de Toekomst

Als groot kennisblok samen optreden naar politiek en industrie 

De Operatiekamer van de Toekomst, welke techniek vind je daar? Professor Esther Consten moet even nadenken over het meest concrete voorbeeld. Navigatietechnologie. Daar kun je wat mee. We gebruiken allemaal Google Maps of welke navigatie ook maar is ingebouwd in de auto. Die techniek moet beter in het hele proces rond de operatiekamer worden gebracht, vindt Esther. Denk dan niet alleen aan het zelfrijdende bed waarmee een patiënt naar de OK kan worden gebracht. De meerwaarde van navigatietechnologie zit ’m vooral in de combinatie met big data: alle statische beelden van MRI- en CT-scans kun je met hulp van augmented reality simpel gezegd laten meebewegen tijdens de operatie. Als een chirurg tijdens een operatie de patiënt draait of weefsel weghaalt, kloppen de beelden niet meer die vooraf zijn gemaakt toen de patiënt stil op zijn rug lag. Als je genoeg beelden hebt, kun je gebruik maken van image fusion: door het uiterst precies combineren van de beeldvorming, kan een chirurg nog gedetailleerder naar de randen van een tumor navigeren. 

"Als je investeerders en industrie kunt enthousiasmeren voor een project als HTRIC, dan kun je écht iets moois bouwen."

Within HTRIC, Esther Consten, Raffaella Carloni and Schelto Kruijff are the figureheads of the theme Operatiekamer van de Toekomst. It fits her like a glove, says Esther. As a professor in Robot and Computed Assisted Surgery, she wants to bring innovations from outside of the hospital into the medical world and to patients.

HTRIC kan een goede omgeving zijn om de kennis die al in huis is, beter vindbaar te maken en te verbeteren. Maar ook om de broodnodige contacten met de industrie te leggen.

Esther begint niet from scratch. De afgelopen jaren heeft ze al veel banden gelegd tussen docenten en hoogleraren die betrokken zijn bij de operatiekamer van de toekomst. Het is een samenwerking tussen de faculteit geneeskunde, de artsen en medisch specialisten in het ziekenhuis, de ingenieurs en de technisch geëngageerden zoals de bio-engineers bij technische faculteit van Groningen. Toen ze kwam, was er nog wel wat te verbeteren. Het was niet zo dat Groningen het minimaal invasieve centrum van Nederland was. Ze kreeg de kans om als hoogleraar Robotchirurgie en Computer Assisted Chirurgie met een nieuw wetenschappelijk team haar kennis te implementeren. In het W.J. Kolff Instituut voor biomedische techniek en materialen, is een nieuwe tak voor robotchirurgie opgezet. Esther is daarin de klinische gebruiker: de vertaler tussen techniek en de werkvloer van de medisch specialist.

“If you can entice investors and the industry for a project like HTRIC, you can truly build something beautiful.”

Ze is dus al een spin in het web. Wat kan HTRIC nog voor haar toevoegen? Als je investeerders en industrie kunt enthousiasmeren en verleiden in zo’n project, dan kun je iets moois bouwen, zegt ze. De technieken zijn er, in principe zou je over vijf jaar in een andere, futuristische omgeving kunnen opereren. Maar de financiële werkelijkheid is altijd een rem natuurlijk. Een groot kennisblok van deskundige mensen dat samen optreedt richting industrie en politiek, krijgt veel meer voor elkaar. Het gaat er dus niet alleen om kennis en innovatie binnen te halen, maar ook om mensen te betrekken die politiek en investeerders aan tafel te krijgen. Misschien niet meteen bij de aftrap van HTRIC, maar wel in een vroeg stadium.

Om HTRIC verder te brengen, moeten de aangesloten partijen er een realistisch kader aan hangen. Een soort stappenplan. En daarbij veel meer uitstralen welke multidisciplinaire kennis er is en wat er in Groningen dus allemaal mogelijk is. De volwaardige technische universiteit die we hebben in de stad, de samenwerking tussen UMCG en onderzoekers, ook met die van de TU Twente: we mogen daar trots op zijn, bravoure tonen en het kenbaar maken. Draag het uit en laat zien wat je doet, benadrukt ze.

Vanuit nieuwsgierigheid werken aan oplossingen en zo impact creëren. Zo praktisch moet je denken, als het aan Esther Consten ligt. Niet blijven hangen in het benoemen van vergezichten. In haar geval betekent dat heel concreet werken aan de operatiekamer van de toekomst. Daarbij hoort ook de beeldvorming in het pre-operatieve deel en de hele aftercare. Maar als ze dan toch een concrete nieuwsgierigheid moet benoemen: lukt het om die robottechnologie zo in zijn finesse uitgewerkt te krijgen dat die tijdens de operatie de chirurg waarschuwt? Tot nu toe werkt deze technologie slechts ondersteunend, ze corrigeert niet. Lukt het om goede tactile feedback te ontwikkelen? Hoe mooi zou het zijn als Esther door samenwerking binnen HTRIC kan werken aan haar droom om een perioperative decision platform te ontwikkelen.

“A large joint venture of experts that approaches industry and politics together will be more successful.”

Samenwerken met professionals die totaal anders denken 

Navigatietechnologie, augmented reality, image fusion: het zijn veel technieken die allemaal in één platform gebracht moeten worden. Dat is best complex. Maar het kan wel, is Esthers overtuiging. Als ze zich ergens op verheugt, dan is het de samenwerking voortzetten met ingenieurs op het gebied van technische geneeskundige. “Ze denken totaal anders dan bijvoorbeeld medici. De helft van wat ze zeggen is voor medici onbegrijpelijk. En omgekeerd. Het is dus mooi om die verbinding te zoeken en toch samen te werken naar een mooi product. De stuwende kracht daarin, kan HTRIC zijn.”

Contact

Prof. dr. Esther Consten is hoogleraar Robot en computer geassisteerde chirurgie. Tot haar expertises behoren:

  • Robot en computer geassisteerde chirurgie
  • Colorectale en oncologische chirurgie
  • Immunofluorescentie technieken
  • Navigatie technologie intra-abdominaal

 

Ze is ook voorzitter van het nationale Working Group of Coloproctology (WCP), mederedacteur van de Journal of Robotic Surgery en betrokken bij het Kolff Institute.

nl_NL