Prof. Hélder Santos

Hoofd Biomedical Engineering bij het UMCG

Onderzoek

De “I” in HTRIC maakt het verschil

Wat Hélder Santos betreft hoeven “we” in Groningen niet te bescheiden te doen. Showcasing van onderzoek is belangrijk, zegt hij. En dat moet je niet alleen op je website doen, maar je moet echt mensen naar Groningen halen om hier te laten zien wat we kunnen.

Sinds de 1e van september is professor Hélder Santos hoofd van de afdeling Biomedische Technologie van de RUG/UMCG. Hij houdt zich daar bezig met de ontwikkeling van biomaterialen, nanodeeltjes en nanomedicijnen voor biomedische toepassingen.

Hij legt uit hoe nanomedicijnen proteïnen op de juiste plek kunnen brengen. Diabetespatiënten zijn daarbij gebaat, want het zou kunnen betekenen dat ze geen insuline hoeven te prikken omdat een pilletje volstaat. Dat zou uitermate betekenisvol zijn voor de patiënten, gezien de negatieve gevolgen voor het lichaam van dagelijkse insuline moeten spuiten. En dit is nog maar een voorbeeld.

Een universiteit heeft de kennis om nanomaterialen te ontwikkelen, maar niet de mogelijkheden om er massaproductie van te maken. Voor zo’n traject binnen HTRIC is het daarom zaak bedrijven te enthousiasmeren om samen te werken. “We kijken vanuit onze eigen expertise naar het portfolio van bedrijven en dan nodigen we ze uit voor een gesprek. Dit is extra werk voor wetenschappers, want je moet leren pitchen voor bedrijven. Dat is gaat anders dan in de wetenschappelijke wereld”, vertelt Hélder. Denk ook niet te klein: HTRIC zit dan wel in het Noorden, maar het is zaak de ogen open te houden voor internationale bedrijven. Want die zijn waarschijnlijk erg geïnteresseerd in wat we hier doen.

De technologie inzetten voor producten waarvan patiënten kunnen profiteren

Hoe HTRIC precies vorm gaat krijgen, is nog niet gedefinieerd. Daarom neemt Hélder ruimte om te vertellen wat hij voor de komende jaren hoopt en wat HTRIC in de ideale wereld zou kunnen worden. “Ik denk dat het mooiste is dat HTRIC mensen met verschillende expertises samenbrengt om zo de resultaten van wetenschap naar de maatschappij te brengen; de technologie inzetten voor producten waarvan patiënten in de toekomst kunnen profiteren.”

Wetenschappers onderling werken al samen, daar heb je HTRIC niet eens zozeer voor nodig. Iedereen kan gewoon aankloppen bij een collega. “We moeten dus bedenken wat we samen willen ontwerpen. Artsen weten wat zij zelf nodig hebben, de wetenschap heeft know how en de vaardigheden om – in mijn geval - iets te ontwerpen om bijvoorbeeld medicijnen op de juiste plek in het lichaam te laten aankomen. Dus waarom zouden we geen partner zoeken in het bedrijfsleven dat de faciliteiten heeft om deze technologie op te schalen; de research converteren naar echte producten in de keten van Research to Business, R2B. Zo’n product kan van alles zijn: een implantaat, een medisch apparaat. Zolang als het zorgsysteem er maar van profiteert. Mijn visie is dat HTRIC deze route faciliteert.

“It is not always necessary to hand everything over to a company in order to make an impact.”

Het bedrijfsleven binnenhalen binnen de muren van kliniek en universiteit is voorzichtig balanceren, legt Hélder uit. De juiste niches zoeken en niet uit enthousiasme je ideeën te vroeg delen, want dan zijn ze nog niet rijp voor verdere productie.

Marktanalyse: Nog zo’n term waarvan een wetenschapper ongemakkelijk van wordt. En toch is het belangrijk, zegt Hélder. Waar en hoe kan onze technologie verschil maken? Voor wie? Waarom is dit uniek en onderscheidend van de concurrent? Zodra je een prototype van bijvoorbeeld een medisch apparaat of een sensor kunt laten zien, is het bedrijfsleven makkelijker te interesseren. Ingewikkelder ligt dat bij een vaccin. Een bedrijf wil ook resultaten zien van in vivo testing. Zorg dat je al specifieke data paraat hebt over onder andere immunologische reacties of toxiciteit.

Om impact te maken, is het niet nodig om alles uit handen te geven aan een bedrijf. Maar voor een start up heb je een andere mindset nodig; Een beetje denken als een ondernemer. Dat is niet makkelijk voor de meeste wetenschappers, zo heeft Hélder bij zichzelf ondervonden toen hij medeoprichter was van een start-up. Wetenschappers en clinici weten heel goed dat hun onderzoek waardevol is. Maar het is vooral waardevol om toegepast te worden, benadrukt Hélder. Dat is veel gebruikelijker in de VS en het opkomende China, waar wetenschappers zich veel drukker maken over bijvoorbeeld patentering. In Europa is daar nog een horde te nemen, zo ondervond hij eerder op zijn "andere" werkplek in Helsinki. HTRIC zou ook wetenschappers kunnen ondersteunen om met bedrijven partnerships aan te gaan voor productontwikkeling.

Het is makkelijker om de match tussen wetenschap en bedrijven te maken als een bedrijf met een concreet probleem komt waar het een oplossing voor zoekt. Maar dan moet je wel voorkomen dat HTRIC slechts in opdracht van bedrijven gaat werken. Het is noodzakelijk en complex om een evenwichtig partnership te ontwikkelen. Daar zijn specifieke mensen voor nodig binnen HTRIC, vindt Hélder. Ondersteuning van het schrijven aan patenten, een contactpersoon voor de bedrijven, specialisten op het gebied van intellectueel eigendom. Maar ook mensen die weten hoe je een start-up of een spin-out opzet EN daar geld voor kunnen vinden. “Scientists are good in writing papers and grants but probably less enthusiastic to write patents.” Wetenschappers hebben bovendien de tijd niet.

"Betrek de bachelor studenten, de undergraduates, want je leert het meest als je jong bent."

Een nieuwe generatie jonge onderzoekers staat ervoor open, maar ze zijn er nog niet in getraind. Dus we moeten het ze leren.” Ook dit is waar HTRIC een belangrijke rol heeft, vindt Hélder. Betrek de studenten, de undergraduates en de postdocs, zegt hij, want je leert het meest als je jong bent. Het zou mooi zijn als we binnen HTRIC ook studenten biomedical engineering kennis zouden kunnen laten maken met de ontwikkeling van een product, met cursussen over innovatie, patenten of hen leren over intellectueel eigendom. En ze eerder laten samenwerken met bedrijven. Dat zijn vaardigheden die ze nodig hebben in de toekomst.

Als het aan Hélder ligt ontwikkelt HTRIC zich in de volle breedte de komende jaren. Het Cluster heeft een enorm potentieel om een succesverhaal te worden. Hij zou voorstander zijn van het aanvragen van een Grand Challenge voor onderzoek waar moeilijk fondsen voor te vinden zijn; een beurs om een proof of concept te ontwikkelen bij riskante, maar mogelijk zeer succesvolle projecten. HTRIC zou ook een plek voor carrièreontwikkeling kunnen worden door in samenwerking met de faculteiten tenure tracks te ontwikkelen zodat assistant en associate professors de stap kunnen maken naar een full professoraat.

Dat is het vergezicht. Om met HTRIC nu een vliegende start te maken wil Hélder graag binnen afzienbare tijd verschillende prototypes klaar hebben om op te kunnen schalen naar toepassingen in de zorg. Om daarmee te laten zien wat HTRIC kan. “Onze eigen groep, maar ook andere groepen bij UMCG/RUG hebben fantastisch klinisch vertaalbaar work in progress, dat. Het zou mooi zijn om die onder de paraplu van HTRIC te brengen.”

“De ‘I’ binnen HTRIC staat voor Innovatie. Dat betekent dat je altijd moet nadenken over een praktische toepassing van je onderzoek. De ‘I’ herinnert mij er aan dat HTRIC méér moet zijn dan een cluster van ideeën. HTRIC moet meer zijn dan een instituut dat ergens in de cloud hangt of een plan dat er mooi uitziet. Ik ben er sterk van overtuigd dat dit het perfecte ecosysteem is om technologie verder te brengen. Dat doen we door alle partijen samen te brengen om aan gemeenschappelijke medische problemen te werken.”

Contact

Professor Hélder Santos is hoofd Biomedical Engineering van het Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen. Hij is betrokken bij de ontwikkeling van biomaterialen, nanodeeltjes en nanomedicijnen voor biomedische toepassingen.

nl_NL